Westvest-Weeshuisplaats: Efficiëntere bevloeiing en waterbuffers

16 nov 2020

Bron: WestVestNieuws, de nieuwsbrief van de VvE Westvest-Weeshuisplaats.
Foto: Hydroblob.

In juli 2020 heeft het bestuur van de VVE een plan aangekondigd om minder regenwater in het riool te lozen en zuiniger om te gaan met drinkwater voor bevloeiing van de tuin. De gedachte was dat een eigen opslag van regenwater daarvoor de aangewezen route was. Na een eerste ronde onderzoeken en prijzen opvragen, bleek echter dat zo’n regenwateropslag een behoorlijk ingewikkelde en dure onderneming is. Omdat onze tuin van 650 m2 in droge periodes een flinke watervoorraad nodig heeft, zijn een zeer grote tank en nogal wat leidingen en regelsystemen nodig. De kosten daarvan bedragen zo’n 25.000 euro. Teveel, naar de inschatting van het bestuur.

In overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland, Duurzaamheidscentrum De Papaver /De Klimaatmaat en onze eigen tuinman en loodgieter, zijn we de oplossing daarom dichter bij huis gaan zoeken: eerst de behoefte aan sproeiwater verkleinen met behulp van een efficiënter sproeisysteem en lokale waterbuffers en dan pas kijken wat er nog aan water nodig is en hoe we daarin gaan voorzien. Voorstel is om de voorzieningen voor minder watergebruik aan te leggen en een seizoen uit te proberen (fase 1). Mocht er dan alsnog te veel drinkwater nodig zijn om de tuin gezond te houden, dan maken we een aanvullend plan voor een kleinere, en dus goedkopere regenwateropslag vlakbij de tuin (eventueel fase 2).

Het plan: de stappen

  • Fase 1: verbeteren van het bevloeiingssysteem en inrichten van lokale waterbuffers in de tuin.
  • Fase 2: wanneer het nodig, zinvol en betaalbaar blijkt: aanleggen van een eigen, beperkte regenwateropslag om te voorzien in de resterende vraag naar sproeiwater.

Efficiënter sproeisysteem
Sproeien van de tuin gebeurt nu vooral op het zicht. Wanneer de lucht blauw is en er hier en daar een plant slap hangt, wordt de hele tuin besproeid, ook de plekken waar dat niet echt nodig is of zelfs beter achterwege kan blijven. Op die manier verbruiken we onnodig veel kostbaar drinkwater. Voor meer bedieningsgemak én efficiënter watergebruik stelt de tuinman voor verspreid over de tuin drie sproei-installaties aan te leggen, bestaande uit een kliksproeier gekoppeld aan een bodemvochtigheidssensor. Wanneer de bodem voor de daar aanwezige beplanting op een plek te droog dreigt te worden, gaat alleen daar de sproeier aan en alleen zo lang als nodig is. Deze verbetering leidt naar verwachting tot een flinke besparing op het gebruikte drinkwater.

Waterbuffers in de tuin

Om de tuin verder zelfvoorzienend te maken in waterbehoefte, bestaan er regenwaterbuffers in de vorm van infiltratieblokken: onzichtbaar weggewerkte en gewoon beloopbare blokken van 100% natuurlijk steenwol die werken als een soort grote spons. De infiltratieblokken worden aangesloten op de hemelwaterafvoer van een deel van het bergingendak. Via deze afvoer vullen de buffers zich bij een regenbui als een spons met water en geven dit water vervolgens geleidelijk aan de grond af. Hoe droger de omringende grond, hoe meer water die onttrekt aan de steenwolblokken, een soort zelfregelende irrigatie. Met de afkoppeling van 65 m2 plat dak ontvangen de planten en bomen in de tuin in de zomer op die manier gemiddeld 700 liter extra water per week. De noodzaak om te sproeien neemt hierdoor naar verwachting aanzienlijk verder af. Hier zie je hoe dat werkt: https://youtu.be/x12Zk9WNqVc.

NB. De vorm van infiltratie is ook goed toepasbaar in particuliere tuinen. Het is compact en je hebt geen graafmachines nodig voor de aanleg. 

Resterend verbruik meten

Om te weten wat we evengoed nog aan water verbruiken, is het voorstel om op de waterleiding naar de tuin een watermeter te installeren. Hiermee kunnen we een seizoen lang inventariseren hoeveel water we na aanleg van de waterbuffers en het verbeterde sproeisysteem per seizoen nog verbruiken.

Fase 2: zo nodig zelf regenwater opslaan

Blijkt extra bevloeiing met leidingwater ook met het verbeterde sproeisysteem en de waterbuffers regelmatig nodig, dan onderzoeken we de mogelijkheden voor een eigen regenwateropslag. De benodigde capaciteit van zo’n opslag zal in elk geval een stuk kleiner zijn dan de 20.000 liter die we in de huidige situatie nodig zouden hebben. De plannen daarvoor en de beslissing of we zoiets willen, maken we wanneer we weten wat de tuin per zomerseizoen aan sproeiwater nog nodig heeft.


Vragen & antwoorden

Waarom zouden we dit allemaal doen? Kraanwater is toch goedkoop?
Drinkwater is misschien niet erg duur in Nederland, maar wel kostbaar, met name in periodes van droogte. Ook een tuin als de onze, die zorgt voor rust en frisse lucht middenin een drukke stadsomgeving, is kostbaar. Een tuin die onafhankelijk van drinkwater groen en mooi blijft, is daarmee een zeer waardevol bezit. Als we dat combineren met minder hemelwater lozen, ontzien we bovendien het overbelaste rioolsysteem. Diverse gemeenten verplichten huizenbezitters nu al om hun hemelwaterafvoeren van het riool af te koppelen. Voorzieningen om dat te kunnen doen, maken ons gezamenlijk bezit beter toegerust voor een verwachte toekomst van meer droogtes en fellere buien.
Gebruiken van regenwater voor de tuin is bovendien ook goed voor de bomen en planten: het bevat geen kalk en heeft altijd de juiste, aangepaste temperatuur.

Wat als het regenwater van het bergingendak niet voldoende is om de tuin in de zomer vochtig genoeg te houden?
Met de afkoppeling van 65 m2 bergingendak, ontvangt de tuin in de zomer wekelijks gemiddeld 700 liter extra water. Wanneer de tuin dan nog te droog wordt, bijvoorbeeld gedurende lange periodes zonder regen, zorgt het verbeterde sproeisysteem voor extra water uit de kraan. Hoeveel water er in de tuin nodig is na opslaan van het hemelwater in waterbuffers, is van veel factoren afhankelijk. Of de buffers het sproeien volledig of grotendeels kunnen vervangen, valt dus eigenlijk pas te zeggen wanneer alles minstens één seizoen werkt. Mocht dan of in de toekomst blijken dat er toch nog aanzienlijke hoeveelheden water nodig zijn om de planten en bomen in leven te houden, kunnen we altijd nog besluiten daarvoor een eigen regenwateropslag aan te leggen. Het Hoogheemraadschap en De Papaver willen ons project in elk geval financieel en met advies ondersteunen en ook andere tuineigenaren op zoek naar verduurzaming van onze ervaringen laten profiteren.

Kan de tuin het regenwater van het bergingendak aan? Wordt het niet veel te nat en ontstaat er geen overlast voor omringende woningen?
De infiltratieblokken bergen het afgekoppelde regenwater en geven dit langzaam aan de omgeving af. Voorstel is om blokken neer te leggen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 1.344 liter, ruim voldoende om een wolkbreuk met 30 mm neerslag te verwerken. Mochten er nóg zwaardere buien komen, dan is het systeem zo ingericht dat bij volledige verzadiging van de buffers het regenwater via de oude route het riool in gaat.

Hoe voorkom je dat de waterbuffers dichtslibben en geen water meer doorlaten?
De waterbuffers zijn zo geconstrueerd dat ze water zijwaarts en neerwaarts afgeven. De vezelstructuur die dat regelt, kan inderdaad vervuild raken met grond en blaadjes en daardoor minder goed gaan werken. Om dat te voorkomen wordt tussen de hemelwaterafvoer en de waterbuffers een vuilvangput aangelegd. Blaadjes en ander vuil in het hemelwater vallen onderin deze put in een emmer, die eenvoudig opgehaald en geleegd kan worden.

Er zijn ook infiltratiekratten. Waarom kiezen wij voor de steenwolblokken?
Infiltratiekratten werken ongeveer hetzelfde als infiltratieblokken: als een soort spons die zijn vocht geleidelijk aan de grond afgeeft. De kratten zijn echter veel hoger dan de blokken. Dus meer graafwerk en minder bereik voor planten die vlak onder de oppervlakte wortelen en daarmee juist erg gevoelig zijn voor droogte. Bovendien vragen de kratten meer onderhoud en leveren ze aan het eind van hun levensduur plastic afval op, in tegenstelling tot de blokken die van steenwol, een natuurlijk materiaal, zijn gemaakt.

Liggen de infiltratieblokken niet in het grondwater?
Het grondwaterpeil is volgens opgave van de gemeente in de Poppesteeg (peilbuis bij onze nooduitgang) rond de 100 cm onder maaiveld. De aftakking van de hemelwaterafvoer om het regenwater naar de infiltratieblokken te leiden, ligt ongeveer op hetzelfde niveau als de Poppesteeg. De infiltratieblokken zijn 33 cm hoog en hebben rondom een ruimte van 5 cm nodig die met grof, waterdoorlatend zand wordt opgevuld. De graafdiepte om de blokken te plaatsen is dus ongeveer een halve meter, op ruime afstand van het grondwaterpeil.

Hoe lang gaan die buffers mee en wat gebeurt er daarna mee?
De fabrikant, de firma Hydroblob International uit Schiedam, meldt dat de infiltratieblokken volledig uit natuurlijk materiaal bestaan en decennialang probleemloos in de grond kunnen blijven zitten. Hydroblob garandeert gedurende tien jaar de werking, vormvastheid en functionaliteit van de blokken. Mochten ze uiteindelijk aan vervanging toe zijn, dan zijn ze 100% recyclebaar.